Scheepje varen

Bea Zoer“In een scheepje over zee, vaar je mee vaar je mee….“, schoot me door het hoofd terwijl we heftig op en neer bewogen door de golven midden op de Waddenzee ergens tussen Harlingen en Texel. De boot was niet veel groter, stel ik me voor, dan die van Jezus‘ vrienden en ik kan me ineens levendig voorstellen hoe bang zij geweest moesten zijn toen met die plotselinge storm op het meer.
Met de waterkaart op schoot probeerden we de nummers van de boeien terug te vinden op de kaart. Het eerste stuk ging perfect: de nummers klopten, we manouvreerden succesvol langs zandplaten en aanschouwden nog een groep zonnende zeehonden. Sommige stukjes konden we zeilen en andere stukken moesten op de motor afgelegd worden.
Maar ineens hadden de boeien geen nummers meer, dus we hadden geen idee hoe ver het nog was naar Texel. Het werd later en later. De benzine van de motor raakte op. Het navigatiesysteem van de auto gaf aan dat we midden op een groot open water zaten met hier en daar nog zandplaten ertussen, mosselkwekerijen en in de verte vissersboten. Heen en weer ging de boot. Golven sloegen stuk op de boeg. Kou. Wind. Misselijk. Paniek.De krantenkoppen zag ik al voor me: “Echtpaar gevonden na zeildrama op waddenzee”. En “Vrouw zeilbootdrama: ‘Ik stap nooit meer in kleine zeilboot‘”. Er moest wat gebeuren. Ik wilde die boot uit, we moesten die zee uit, we moesten benzine hebben. Ik was zelfs bereid de vuurpijlen die we meehadden af te vuren. Laat ze ons maar komen halen, dan is het maar weer voorbij.

Uiteindelijk besloten we met de laatste brandstof naar een vissersboot te varen waar we hulp vroegen. Helaas konden ze ons niet ‘redden‘, maar gelukkig hadden ze wel een beetje benzine voor ons en konden ze ons de kortste weg naar de wal vertellen. Volgens hen moesten we het ruim voor het donker kunnen halen.

Nog een paar uur varen met ons tempo. Ik kon wel janken. Opluchting was er ook wel een beetje. Ook omdat er tenminste een paar mensen op die ruige zee waren die wisten dat wij in een klein zeilbootje de oever probeerden te halen.

Mijn stoere zeeman manouvreerde met half gesloten ogen het bootje richting Den Oever, terwijl ik over de reling hing en me behoorlijk vervelend voelde. Bakken met water sloegen nog een paar uur over ons heen. En uiteindelijk was daar Den Oever, de sluis, de jachthaven, Land!!

En dan te bedenken dat wij niet eens een windkracht hadden die ‘storm‘ genoemd mag worden. Hoe ellendig moeten Jezus‘ vrienden zich wel niet gevoeld hebben, terwijl Jezus lag te slapen nota bene! Ik moest er niet aan denken te moeten slapen op de zee met de golven die wij hadden. En dan Jezus‘ woorden: Vertrouw, Ik ben de Heer, ook over de wind en het water.

Die zoete liedjes over scheepje varen, scheepke onder Jezus‘ hoede, Berend Botje kregen ineens een heel andere dimensie.

Met toestemming overgenomen Bea Zoer 2012
Please follow and like us:
0

Geef een reactie

Naam *
E-mail *
Website